Dit artikel bespreekt psychoactieve stoffen bedoeld voor volwassenen (18+). Raadpleeg een arts als je een aandoening hebt of medicijnen gebruikt. Ons leeftijdsbeleid
Microdosering en medicijninteracties

Definition
Een microdosering-medicijninteractie is een farmacologische gebeurtenis waarbij een subperceptuele dosis psilocybine of LSD de werking van een voorgeschreven geneesmiddel beïnvloedt — of andersom — doordat beide stoffen op overlappende neurotransmittersystemen aangrijpen (Fadiman & Korb, 2019). Zowel psilocybine als LSD werken primair via de 5-HT2A-receptor, net als veel gangbare antidepressiva, angstremmers en migrainemedicijnen.
Een microdosering-medicijninteractie is een farmacologische gebeurtenis waarbij een subperceptuele dosis psilocybine of LSD de werking van een voorgeschreven geneesmiddel beïnvloedt — of andersom — doordat beide stoffen op overlappende neurotransmittersystemen aangrijpen (Fadiman & Korb, 2019). 18+ only — Dit artikel behandelt volwassenfarmacologie en gaat ervan uit dat je 18 jaar of ouder bent.
Over microdoseerschema's, dagboeken bijhouden en 'wat je misschien voelt' vind je online genoeg. Over de interactie tussen een microdosis en je bestaande medicatie? Vrijwel niets bruikbaars. Dat is vreemd, want juist dáár wordt het farmacologisch ingewikkeld. Zowel psilocybine als LSD werken primair via serotoninereceptoren — en dat doen veel gangbare antidepressiva, angstremmers en migrainemedicijnen ook. Die overlap is niet altijd gevaarlijk, maar soms oprecht wél. Dit artikel brengt alle beschikbare gegevens over microdosering-medicijninteracties samen in één referentietabel, en loopt vervolgens per medicijncategorie de farmacologie door. Niet alleen wát er interageert, maar waaróm. Als je overweegt te microdoseren en je slikt al medicatie, is dit het artikel om eerst te lezen.
Referentietabel interacties
Onderstaande tabel vat alle belangrijke microdosering-medicijninteracties samen die in de huidige literatuur gedocumenteerd zijn. De basis is het crowdsourced-dataset van Fadiman & Korb (2019), gepubliceerde casusverslagen en bekende farmacologische mechanismen. 'Microdosis' betekent hier subperceptuele doses psilocybine (0,05–0,3 g gedroogd paddenstoelequivalent) of LSD (5–20 µg). De risico-inschattingen weerspiegelen de huidige stand van de wetenschap — en die is grotendeels observationeel en zelfgerapporteerd, niet afkomstig uit gecontroleerde klinische trials.

| Medicijncategorie | Veelvoorkomende voorbeelden | Primair interactiemechanisme | Waargenomen interactie | Risiconiveau |
|---|---|---|---|---|
| SSRI's | Fluoxetine, sertraline, citalopram, escitalopram, paroxetine | Serotonineheropnameremming — zowel SSRI als microdosis werken op 5-HT2A | Afgevlakt of afwezig microdosiseffect; zeldzame meldingen van milde serotonerge symptomen | Matig — verminderde werking, laag acuut gevaar |
| SNRI's | Venlafaxine, duloxetine, desvenlafaxine | Serotonine- en noradrenalineheropnameremming | Vergelijkbare afvlakking als bij SSRI's; venlafaxine-onttrekkingssyndroom bemoeilijkt timing | Matig — verminderde werking, onttrekkingsrisico bij aanpassing |
| MAO-remmers | Fenelzine, tranylcypromine, isocarboxazide, moclobemide | Geremd monoamineoxidase verhoogt de serotoninetoestand dramatisch | Risico op serotoninesyndroom — potentieel levensbedreigend | Ernstig — niet combineren |
| Lithium | Lithiumcarbonaat, lithiumcitraat | Veranderde serotoninesignalering; mechanisme niet volledig opgehelderd | Casusverslagen van epileptische aanvallen en gevaarlijke cardiale events bij volledige doses psychedelica (Nayak et al., 2021) | Ernstig — niet combineren |
| Tricyclische antidepressiva | Amitriptyline, nortriptyline, clomipramine | Serotonineheropnameremming plus anticholinerge effecten | Onvoorspelbare modulatie van effecten; sommige meldingen van versterking | Matig tot hoog — variabel en nauwelijks onderzocht |
| Benzodiazepines | Diazepam, lorazepam, alprazolam, clonazepam | GABAerg — geen direct serotonerg mechanisme | Kan microdosiseffecten dempen; geen serotonerg risico | Laag — farmacologisch gescheiden systemen |
| Buspiron | Buspiron | Partiële 5-HT1A-agonist | Theoretische competitie aan serotoninereceptoren; beperkte data | Laag tot matig — onvoldoende bewijs |
| Triptanen (migraine) | Sumatriptan, rizatriptan, zolmitriptan | 5-HT1B/1D-agonisme — serotonerge overlap | Theoretisch risico op serotoninesyndroom, hoewel triptanen op andere receptorsubtypen werken | Matig — niet op dezelfde dag gebruiken |
| Tramadol | Tramadol | Zwakke serotonineheropnameremming plus opioïdactiviteit | Risico op serotoninesyndroom; verlaagt ook de aanvalsdrempel | Matig tot hoog — niet combineren |
| Antipsychotica (typisch) | Haloperidol, chloorpromazine | Dopamine-D2-antagonisme; enig serotonineantagonisme | Blokkeert microdosiseffecten waarschijnlijk volledig | Laag acuut risico — maar maakt microdosering zinloos |
| Atypische antipsychotica | Quetiapine, olanzapine, risperidon | 5-HT2A-antagonisme — werkt het microdosismechanisme rechtstreeks tegen | Blokkeert of verzwakt microdosiseffecten sterk (Vollenweider et al., 1998) | Laag acuut risico — maar maakt microdosering zinloos |
| Stimulantia (ADHD) | Methylfenidaat, dextroamfetamine, lisdexamfetamine | Dopaminerg/noradrenerg — minimale serotonerge overlap bij therapeutische doses | Fadiman & Korb-dataset rapporteert geen significante bijwerkingen op microdoserniveau | Laag — cardiovasculaire effecten monitoren |
| Cannabis | THC, CBD-producten | Endocannabinoïdesysteem — indirecte serotonerge modulatie | THC kan angst of perceptuele effecten versterken; CBD lijkt neutraal | Laag tot matig — dosisafhankelijk |
Serotonine: de rode draad achter microdosering-medicijninteracties
Vrijwel elke serieuze microdosering-medicijninteractie in de tabel hierboven draait om één neurotransmitter: serotonine (5-HT). Psilocine — de actieve metaboliet van psilocybine — en LSD binden allebei primair aan de 5-HT2A-receptor. Bij een microdosis is die binding zo gering dat je geen veranderd bewustzijn ervaart, maar de receptor wordt wél geactiveerd. Voeg daar een medicijn aan toe dat de serotoninebeschikbaarheid al verhoogt (zoals een SSRI) of de afbraak ervan blokkeert (zoals een MAO-remmer), en je duwt hetzelfde systeem van twee kanten tegelijk.

Het serotoninesyndroom is het uiterste gevolg van die stapeling. Het is een cluster van symptomen — agitatie, hyperthermie, snelle hartslag, spierstijfheid, diarree — dat optreedt wanneer de serotonerge activiteit het zelfregulerende vermogen van je lichaam overschrijdt. Een review uit 2022 in Psychopharmacology constateerde dat volledige-dosiscombinaties met MAO-remmers een duidelijk serotoninesyndroom-risico dragen, maar dat het microdosisbereik aanzienlijk minder meldingen heeft opgeleverd (Malcolm & Thomas, 2022). Dat betekent niet nul risico. Het betekent dat de data dun is. MAO-remmers en lithium blijven harde 'niet combineren'-categorieën, ongeacht de dosis. Het onderzoeksprogramma van de Beckley Foundation heeft serotonerge polyfarmacie aangemerkt als prioriteitsgebied voor toekomstige veiligheidsstudies rond microdosering-medicijninteracties.
SSRI's en SNRI's: afvlakking, geen versterking
Chronisch SSRI-gebruik leidt tot downregulatie van 5-HT2A-receptoren. Het gevolg is dat microdosiseffecten typisch worden afgevlakt of volledig uitblijven — eerder dan dat er een gevaarlijke interactie ontstaat. Dit is veruit de meest gestelde vraag in dit vakgebied: 'Ik slik een SSRI — kan ik microdoseren?' Het crowdsourced-dataset van Fadiman en Korb, gebaseerd op meer dan 1.500 respondenten, liet consistent zien dat mensen op SSRI's zwakkere of afwezige effecten rapporteerden van hun microdoseerprotocol (Fadiman & Korb, 2019).
Het gevaar zit meestal niet in serotoninesyndroom op microdoserniveau — het zit in wat mensen vervolgens dóen. Ze verhogen de microdosis om 'toch iets te voelen', of erger: ze stoppen abrupt met hun SSRI om de microdosis te laten werken. SSRI-onttrekkingssyndroom (brainzaps, duizeligheid, prikkelbaarheid, rebound-depressie) is reëel en kan ernstig zijn, vooral bij paroxetine en venlafaxine vanwege hun korte halfwaardetijden. Niemand zou voorgeschreven psychiatrische medicatie moeten aanpassen op basis van een microdoseerschema zonder medische begeleiding — dat is geen disclaimer, dat is farmacologie.
SNRI's volgen hetzelfde patroon, met als extra variabele de noradrenalineheropnameremming. De serotonerge afvlakking is vergelijkbaar met SSRI's, maar de noradrenerge component maakt cardiovasculaire monitoring relevanter. Verhoogde hartslag en bloeddruk zijn al bijwerkingen van SNRI's; een serotonerge microdosis — zelfs een subperceptuele — voegt een extra variabele toe aan een systeem dat al is bijgesteld.
MAO-remmers en lithium: de harde grenzen
MAO-remmers en lithium zijn absolute contra-indicaties voor microdosering — geen dosis, geen schema, geen workaround maakt de combinatie acceptabel. Deze twee medicijncategorieën staan apart omdat het risicoprofiel van de microdosering-medicijninteractie kwalitatief verschilt van dat van SSRI's.
MAO-remmers voorkomen dat het enzym monoamineoxidase serotonine, dopamine en noradrenaline afbreekt. Als je daar vervolgens een stof aan toevoegt die serotoninereceptoren activeert — zelfs op microdoserniveau — overspoelt je een systeem dat al op hogere-dan-normale serotoninewaarden draait, zonder enzymatische noodrem. Ayahuasca werkt op exact dit principe (de harmine en harmaline in het brouwsel zijn MAO-remmers die voorkomen dat DMT wordt afgebroken), maar daar is de dosisverhouding gekalibreerd door eeuwen traditionele praktijk. Een farmaceutische MAO-remmer combineren met een psilocybine- of LSD-microdosis is een ongecontroleerde versie van datzelfde mechanisme.
Lithium is farmacologisch minder goed begrepen, maar het klinische signaal is helder. Nayak et al. (2021) documenteerden casusverslagen van epileptische aanvallen bij personen die lithium combineerden met psychedelica. Het mechanisme heeft waarschijnlijk te maken met de modulatie van inositolsignalering stroomafwaarts van de 5-HT2A-receptor, waardoor het signaal op onvoorspelbare wijze wordt versterkt. Zelfs op microdoserniveau wordt de combinatie als gecontra-indiceerd beschouwd door elke harm-reductionbron die het onderwerp behandelt, inclusief EMCDDA-veiligheidsadviezen over interacties met nieuwe psychoactieve stoffen.
Tricyclische antidepressiva, triptanen en tramadol: het grijze gebied
Tricyclische antidepressiva, triptanen en tramadol dragen elk een matig serotonerg risico dat op microdoserniveau slecht gekwantificeerd is. Dat plaatst ze in een grijs gebied van microdosering-medicijninteracties — ergens tussen 'waarschijnlijk oké' en 'oprecht zorgwekkend'. Tricyclische antidepressiva (TCA's) zijn een oudere klasse die serotonineheropname remt, vergelijkbaar met SSRI's maar minder selectief, wat meer bijwerkingen en meer interactievariabelen oplevert. Sommige TCA's — met name clomipramine — hebben sterke serotonerge activiteit en dragen een reëel serotoninesyndroom-risico bij combinatie met serotonerge stoffen. Andere (zoals nortriptyline) zijn meer noradrenerg en interageren mogelijk minder, maar gecontroleerd onderzoek naar TCA-microdosiscombinaties bestaat in feite niet.
Triptanen zijn een interessant geval. Het zijn serotonineagonisten, maar ze richten zich op andere receptorsubtypen (5-HT1B/1D) dan de 5-HT2A-receptor die door microdoses wordt geactiveerd. Het theoretische serotoninesyndroom-risico bestaat, maar een review uit 2023 in Headache constateerde dat triptangerelateerd serotoninesyndroom zeldzaam is, ook in combinatie met andere serotonerge medicijnen, en stelde vraagtekens bij de FDA-waarschuwing uit 2006 (Orlova et al., 2023). Desondanks is gelijktijdig gebruik van een triptaan en een microdosis op dezelfde dag niet goed bestudeerd en het beste te vermijden.
Tramadol verdient aparte vermelding omdat het vaak niet als serotonerg medicijn wordt gezien — mensen denken 'pijnstiller' en gaan uit van een puur opioïd. Dat klopt niet. Tramadol remt serotonineheropname en verlaagt bovendien de aanvalsdrempel, wat het een dubbel aandachtspunt maakt bij combinatie met serotonerge microdoses.
Medicijnen die de microdosis blokkeren
Antipsychotica — zowel typische als atypische — blokkeren de effecten van een microdosis in plaats van gevaarlijke interacties te veroorzaken. Vanuit microdoseringsperspectief doen ze iets dat je misschien nog vervelender vindt: ze maken het zinloos. Atypische antipsychotica zoals quetiapine en risperidon zijn 5-HT2A-antagonisten. Ze bezetten precies de receptor die de microdosis probeert te activeren en voorkomen dat die werkt. Vollenweider et al. (1998) toonden dit overtuigend aan: risperidon blokkeerde de subjectieve effecten van psilocybine in een gecontroleerde studie.

Dit is in acute zin geen veiligheidskwestie, maar wel een praktische. Als je een antipsychoticum voorgeschreven krijgt, is microdosering farmacologisch onverenigbaar met je huidige behandeling. Stoppen met een antipsychoticum om te kunnen microdoseren brengt serieuze risico's met zich mee, waaronder psychotische terugval bij mensen met schizofreniespectrumstoornissen — een populatie waarvoor stoffen die op 5-HT2A werken in elke dosis over het algemeen gecontra-indiceerd zijn.
Benzodiazepines en stimulantia: lager risico
Benzodiazepines en ADHD-stimulantia dragen het laagste microdosering-medicijninteractierisico, simpelweg omdat ze via farmacologisch gescheiden routes werken. Benzodiazepines functioneren via het GABA-systeem, dat losstaat van serotoninesignalering. Ze kunnen de subjectieve effecten van een microdosis verminderen (benzodiazepines worden in klinische settings gebruikt om moeilijke sessies te beheersen), maar ze creëren geen gevaarlijke serotonerge interacties. Het Fadiman en Korb-dataset toonde geen bijwerkingenignaal voor benzodiazepine-microdosiscombinaties (Fadiman & Korb, 2019).
ADHD-stimulantia (methylfenidaat, amfetaminegebaseerde medicijnen) zijn primair dopaminerg en noradrenerg. Bij therapeutische doses is hun serotonerge activiteit minimaal. Het voornaamste monitoringpunt is cardiovasculair: zowel stimulantia als psilocybine kunnen de hartslag en bloeddruk verhogen, en het additieve effect — zelfs op microdoserniveau — kan relevant zijn voor mensen met bestaande hartaandoeningen.
Hoe deze gids verschilt van andere interactiebronnen
Deze gids geeft voor elke microdosering-medicijninteractiecategorie een uitleg op receptorniveau, iets wat de meeste consumentengerichte bronnen volledig overslaan. De meeste online interactiegidsen voor microdosering vallen in twee kampen: oversimplistisch 'veilig/niet veilig'-lijstjes zonder farmacologische onderbouwing, of academische papers die ervan uitgaan dat je al weet wat receptorfarmacologie is. Deze gids zit bewust daartussenin. We beschrijven het mechanisme voor elke interactiecategorie zodat je begrijpt waaróm een combinatie risicovol is, niet alleen dat iemand op een forum dat zei. En we citeren elke bewering naar een specifieke studie of dataset — iets wat de meeste populaire gidsen compleet overslaan.
Vergeleken met het Fadiman & Korb-dataset alleen voegt deze gids de lithium-aanvalsdata van Nayak et al. (2021) toe, de triptaanherbeoordeling van Orlova et al. (2023) en de antipsychotica-blokkeerdata van Vollenweider — geen van alle te vinden in de meeste consumentengerichte microdoseringsbronnen. We erkennen ook wat we niet weten, wat ons brengt bij het volgende onderdeel.
Vergelijking met gangbare interactiecheckers
Standaard geneesmiddelinteractiedatabases zoals Drugs.com of het Farmacotherapeutisch Kompas vermelden geen psilocybine- of LSD-interacties — het zijn geen geregistreerde geneesmiddelen. De MAPS MDMA-trialprotocollen sluiten serotonerge medicatie uit maar publiceren geen gedetailleerde interactietabellen. De harm-reductiematerialen van de Beckley Foundation noemen MAO-remmer- en lithiumrisico's maar splitsen het volledige medicijnveld niet uit. De tabel hierboven is, voor zover wij kunnen vaststellen, de meest volledige enkelepagina-referentie voor microdosering-medicijninteracties die buiten academische reviewartikelen beschikbaar is — en geschreven voor mensen die microdoseerbenodigdheden kopen, niet voor farmacologen.
Hoe het bewijs er werkelijk uitziet
Er zijn per 2026 nul gepubliceerde gerandomiseerde gecontroleerde trials die specifiek microdosis-medicijninteracties onderzoeken. Dat is de ongemakkelijke realiteit: vrijwel alles hierboven is geëxtrapoleerd uit volledige-dosisdata, farmacologische basisprincipes of zelfgerapporteerde enquêtes. Het Fadiman en Korb-dataset is de grootste bron, met meer dan 1.850 rapportages op het moment van hun publicatie in 2019, maar het is observationeel en zelfselecterend — mensen die slechte interacties hadden, zijn mogelijk gestopt met rapporteren, en de dosering was niet geverifieerd.
Een systematische review uit 2020 in het Journal of Psychopharmacology identificeerde het gebrek aan interactiedata als een kritieke lacune in microdoseringonderzoek (Kuypers, 2020). De psilocybineonderzoeksgroep van Imperial College London heeft deelnemers op SSRI's uitgesloten van hun klinische trials, wat betekent dat zelfs het beste onderzoek ons weinig vertelt over de combinatie (Carhart-Harris et al., 2018). Het EMCDDA heeft eveneens opgemerkt dat polyfarmacie met nieuwe psychoactieve stoffen een onderbelicht onderzoeksgebied blijft in heel Europa. Het Trimbos-instituut heeft in zijn 2023-rapportage over psychedelicagebruik in Nederland soortgelijke kennislacunes gesignaleerd. We werken met farmacologische logica en crowdsourced signalen — niet met klinische zekerheid. Dat is een eerlijke beperking van elke microdosering-medicijninteractiegids, inclusief deze.
Praktische stappen om je eigen risico in te schatten
De belangrijkste stap vóór microdosering op welke medicatie dan ook is vaststellen of je geneesmiddel serotonerge activiteit heeft. Als je medicijnen slikt en overweegt te microdoseren, weerspiegelen de volgende stappen de huidige harm-reductionconsensus rond microdosering-medicijninteracties:
- Stel het werkingsmechanisme van je medicijn vast. Is het serotonerg? Raadpleeg de tabel hierboven. Als het een MAO-remmer of lithium betreft, stop hier — de combinatie is gecontra-indiceerd bij elke dosis.
- Controleer de halfwaardetijd. Een geneesmiddel met een halfwaardetijd van 36 uur (zoals fluoxetine) is de dag nadat je het inneemt nog actief. Je microdosis timen op een 'vrije dag' van medicatie elimineert de microdosering-medicijninteractie niet als het middel nog in je systeem zit.
- Pas nooit voorgeschreven medicatie aan om een microdoseerschema mogelijk te maken. Abrupt stoppen met SSRI's, SNRI's, benzodiazepines of antipsychotica brengt eigen serieuze risico's met zich mee — vaak ernstiger dan welke microdosis-interactie dan ook.
- Gebruik een precisieweegschaal met 0,01 g nauwkeurigheid. Als je gaat microdoseren naast welke medicatie dan ook, is doseernauwkeurigheid niet onderhandelbaar. Het verschil tussen 0,1 g en 0,3 g gedroogde psilocybinepaddenstoelen is het verschil tussen subperceptueel en perceptueel — en die marge weegt zwaarder wanneer er al een andere serotonerge stof aan boord is.
- Houd een dagelijks logboek bij. Noteer stemming, hartslag, slaapkwaliteit en eventuele ongewone lichamelijke symptomen. Serotonerge bijwerkingen (kaakklemmen, temperatuurschommelingen, ongewone agitatie) zijn vroege waarschuwingssignalen die het waard zijn om vast te leggen.
- Bespreek het met een voorschrijver als dat mogelijk is. Het aantal psychiaters dat bekend is met microdoseringsfarmacologie groeit. Een voorschrijver die je volledige medicatiegeschiedenis kent, kan cytochroom-P450-interacties beoordelen (psilocybine wordt primair gemetaboliseerd door CYP2D6 en CYP3A4) die verder gaan dan de serotonine-analyse hierboven.
Laatst bijgewerkt: april 2026
Veelgestelde vragen
10 vragenKan ik microdoseren als ik een SSRI slik?
Waarom zijn MAO-remmers en lithium absolute contra-indicaties?
Blokkeren antipsychotica de werking van een microdosis?
Is het veilig om een triptaan en een microdosis op dezelfde dag te nemen?
Hoe betrouwbaar is het wetenschappelijk bewijs over microdosering-medicijninteracties?
Mag ik mijn medicatie aanpassen om te kunnen microdoseren?
Mag ik microdoseren met psilocybine als ik een MAO-remmer gebruik?
Zijn benzodiazepines veilig om samen met een psilocybine-microdosis te gebruiken?
Heeft tramadol invloed op een microdosering psilocybine?
Kan ik microdoseren als ik hormonale anticonceptie gebruik?
Over dit artikel
Joshua Askew is Hoofdredacteur voor de wiki-inhoud van Azarius. Hij is Managing Director bij Yuqo, een contentbureau gespecialiseerd in redactioneel werk over cannabis, psychedelica en etnobotanie in meerdere talen. Het
Dit wiki-artikel is opgesteld met hulp van AI en gecontroleerd door Joshua Askew, Managing Director at Yuqo. Redactioneel toezicht door Adam Parsons.
Medische disclaimer. Deze inhoud is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen medisch advies. Raadpleeg een gekwalificeerde zorgverlener voordat je een stof gebruikt.
Laatst beoordeeld op 24 april 2026
References
- [1]Carhart-Harris, R. L. et al. (2018). Psilocybin with psychological support for treatment-resistant depression: six-month follow-up. Psychopharmacology, 235(2), 399–408.
- [2]Fadiman, J. & Korb, S. (2019). Might microdosing psychedelics be safe and beneficial? An initial exploration. Journal of Psychoactive Drugs, 51(2), 118–127.
- [3]Kuypers, K. P. C. (2020). Microdosing psychedelics: More questions than answers? An overview and suggestions for future research. Journal of Psychopharmacology, 34(9), 968–981.
- [4]Malcolm, B. & Thomas, K. (2022). Serotonin toxicity of serotonergic psychedelics. Psychopharmacology, 239(6), 1881–1891.
- [5]Nayak, S. M. et al. (2021). Classic psychedelic coadministration with lithium, but not lamotrigine, is associated with seizures: an analysis of online psychedelic experience reports. Psychopharmacology, 238, 3281–3291.
- [6]Orlova, Y. et al. (2023). Association of co-prescribed triptans and SSRIs/SNRIs with serotonin syndrome: a systematic review. Headache, 63(4), 469–480.
- [7]Vollenweider, F. X. et al. (1998). Psilocybin induces schizophrenia-like psychosis in humans via a serotonin-2 agonist action. NeuroReport, 9(17), 3897–3902.
Gerelateerde artikelen
Microdosing Silicon Valley History: Van laboratorium naar directiekamer
De geschiedenis van microdosing in Silicon Valley beschrijft hoe subperceptuele psychedelische dosering zich ontwikkelde van experimenten in Koude…

Microdoseren versus macrodoseren
Microdosing vs macrodosing vergelijkt twee fundamenteel verschillende benaderingen van dezelfde psychedelische stoffen — meestal psilocybine of LSD — met…

Microdosing: mythes en misvattingen
Microdosing mythes en misvattingen zijn hardnekkige onjuistheden die zich bijna net zo snel verspreiden als de praktijk zelf.

Microdoseren: wanneer je het beter niet kunt doen
Microdoseren wanneer het af te raden is, is een schadebeperkingskader dat de specifieke medische, psychiatrische, farmacologische en situationele…

Microdosing protocollen Fadiman & Stamets: vergelijking en praktijkgids
Een microdoseringprotocol is een vast schema dat bepaalt wanneer je doseert en wanneer je rust, bedoeld om subtiele cognitieve verschuivingen te…

Het microdosering-placebodebat: werkt het écht of denk je dat het werkt?
Het microdosering-placebodebat is de wetenschappelijke en praktische controverse over de vraag of subperceptuele doses psilocybine of LSD daadwerkelijke…

Origin of microdosing Fadiman: hoe zijn protocol de standaard werd
De origin of microdosing Fadiman is een gestructureerde aanpak waarbij je een sub-perceptuele dosis van een psychedelicum inneemt — grofweg een tiende van…

Microdosering-onderzoek: de huidige stand van zaken
Het microdosering-onderzoek bevindt zich in een wetenschappelijke puberteit: enthousiaste zelfrapportages stapelen zich op, maar gerandomiseerde…

Microdosering contra-indicaties
Een contra-indicatie voor microdosering is een medische aandoening, psychiatrische voorgeschiedenis of gelijktijdig medicijngebruik waardoor subperceptuele…

